Vlaggen en regels

Blauwe vlag

Geeft de piloten het sein dat een snellere deelnemer hem wil inhalen. Als blauwe vlagmarshal dient u de wedstrijd goed te volgen; te veel blauw geven is niet nodig. In principe wordt blauw gegeven wanneer de kop van het veld de achterblijvers begint te dubbelen. In feite is degene die de blauwe vlag hanteert de levensverzekering van deze met de gele vlag. Deze laatste ziet namelijk niet wat achter hem gebeurd.

Gele vlag

Het sein voor gevaar. Een gezwaaide gele vlag betekent dat het gevaar op deze post aanwezig is. De marshal blijft de gele vlag zwaaien zolang er een gevaarssituatie is ook al komen er geen wagens meer aangereden. Deze vlag kan ook gestrekt heen en weer wiegend boven het hoofd getoond worden. Dit wil zeggen dat bij de volgende post een geel gezwaaide vlag getoond word. Het is dus eigenlijk een voorwaarschuwing. Naargelang de races kan men hierop afwijken en de voorwaarschuwing niet geven. De gele vlag blijft op zijn post, komt niet de baan op. Duurtijd van een gele vlag: niet te lang! Bijv.: wagen in grindbak, piloot, wagen en marshals zijn terug in veilige positie, dan mag de gele vlag ook weg. Indien er een 4x4 komt en er terug marshals in de sector aan het werk zijn dan dient er terug geel gegeven te worden. De gele vlag betekent voor de piloten: opgepast er is gevaar, verboden in te halen. De baancommissarissen worden eraan herinnerd dat alleen het geschikt signaal mag gegeven worden. Zij mogen in geen enkel geval een gevaar overdrijven. Indien een piloot een absoluut vertrouwen heeft in de signalen, zal hij deze ook respecteren. De piloten mogen niet inhalen en moeten hun snelheid aanpassen in de zone waar geel word getoond. Indien men een hindernis niet heeft kunnen verwijderen, zal men 2 ronden lang zwaaien en daarna de volgende 2 ronden de gele vlag gestrekt houden. Vervolgens mag de vlag verwijderd worden. Deze vlag kan ook dubbel gekruist gegeven worden. Dit wil zeggen dat het circuit geblokkeerd is en dan mag de marshal zijn post verlaten en op het circuit gaan staan. 

Witte vlag

De witte vlag betekent dat er een traag voertuig of reddingsvoertuig op de baan is. Deze vlag wordt in achtvorm gezwaaid en als het voertuig uit de sektor is dan wordt de witte vlag gestrekt op en neer wiegend getoond (voorwaarschuwing). Indien een reddingsvoertuig op post is en stopt om hulp te verlenen verdwijnt de witte vlag; bij vertrek van de reddingswagen wordt er terug wit gezwaaid. De piloten krijgen hierdoor geen beperkingen zoals bij de gele vlag.

Rood-geel gestreepte vlag

Het sein voor de deelnemers dat het wegdek van toestand is veranderd. Dit wil zeggen als het begint te regenen, als er olie op het wegdek ligt, als er grint, zand of gras op het wegdek ligt of zelfs onderdelen van andere wagens. Deze vlag wordt niet gezwaaid maar gestrekt vastgenomen en dan er mee bewogen van boven naar beneden.

Groene vlag

Het sein voor gevaar geweken, dus altijd na een geel gezwaaide vlag. Ook laten zien tijdens de opwarmronde of aan het begin van de trainingen.

Rode vlag

Een rode vlag betekent het vroegtijdig einde van de sessie die bezig is. Deze vlag wordt enkel getoond op vraag van de koersdirectie na een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waardoor de veiligheid niet meer gegarandeerd kan worden. Alle wagens moeten onmiddelijk vertragen, waar zij zich ook op het circuit bevinden, en moeten zich begeven naar de pitlane (of in het geval van een race, naar een aangeduide plaats op het circuit). Wanneer de koersdirectie beslist om de rode vlag in te trekken kan de sessie weer hervat worden en dient de groene vlag weer getoond te worden gedurende 1 ronde.